Thursday, February 04, 2010

Alexander van Merle, Gedichten 2000 - 2002

Kaal zand
stoft een weg naar het oosten
waar de zon opkomt of verdwijnt.

-

Zwart weer, wit land.
Niet mijn hart,
maar mijn ziel verbrandt.

-

Ogen dicht,
dicht bij mij
ook al zie ik niets
ik kijk naar jou
en jij naar mij.

-

Kijk me aan!
Raakt dit brandend vlees
zijn pit niet afgekoeld?

-

Beweeg me met je stem,
beweeg me met je onbewogen rust,
ik adem met je adem mee als je me kust.

-
Huizenhoge golven
grijpen grote brokken tranen uit mijn keel
en stuurloos wordt mijn hart.

-

Hou me vast,
gesterkt hart
en klop geesten van mijn rug.

-

Vijver vol herinnering,
spiegelt helder water
en wolken in de lucht.

-

Ongetemd wild beest in mij
brandt vurig ongerust,
steeds opnieuw door herinnering gekust.

-

Stromend water
in een beek
de spiegel waarin ik keek.

-

Brandend staal
verdampt regen uit de plasen
helikopterwieken slaan de wind.

-

Onmogelijk vergezicht
in deze koele onweersnacht,
nog steeds branden mijn schepen,
die ik in een ver verleden tot zinken bracht.

-

Lustig stromend bloed
vul mijn hart met zand
en laat tranen dalenin het dorre land.

-

Eeuwig lijkende oneindigheid
van stof tot stof is alles één,
niets dat ooit hetzelfde is.

-

Een raam open,
vitrine licht,
hand op de stoel,
de lege kamer,
een eenzaam gevoel.

-

Natuurlijk blijf ik open,
zal ik niet vergetende zon te bewegen,
zal ik blijven maken
de dingen die je raken.

-

Ik zie niets.
Pikzwart maanlicht
en morgen schijnt de zon.

-

Een velt vol gele bloemen,
mijn vingers over ijs.
Gewelddadig diep verlangen
naar het verloren paradijs.

-

Vliegmachine schroeft
genageld ijzer maakt een vlucht.
Dieselolie slag stuwt geklonken staal in de rugen
op de scheidingslijn vermengtwater zich met lucht.

-

Raak me met uw zwaard
scherp geslepen mensentong
en splijt de aarde zonnestraal.

-

Water in de vijver
gras onder bomen schaduw
en rustig drijvend herfstblad.

-

Modder in de stad,
waar bomen buigen
onder zware herfstlast.

-

Eindeloos dreigend natuurgeweld,
waar ik oogcontact op wacht,
deze egoloze nacht.

-

Als alle bloemen slapen
en de bomen zachtjes praten,
hoor ik hoe de maan schijnt
te zeggen dat je van me houdt.

-

De wind waait,
een boom maakt geluid,
schoonheid spreekt van binnen uit.

-

Oude boom,
midden op een plein,
volwassen glimlach.

-

De wind waait,
de zon brandt,
door, door thuisland.

-

Ongetemd wild beest in mij,
deze diep donkere herfst nacht
hoor ik je brullen, onverwachts.

-

Waar de nacht verstilt
zullen dromen waken
en ergens
zie ik weer vlinders
zoeken naar mijn buik.

-

Brandend hart
en ogen tranen kerosine vocht.
Heet gestoomde lucht uit de gaten van mijn neus.
Pezig wordt mijn lichaam en ijzersterk mijn geest,
zoals ik nooit zal rusten daar waar ik nog niet ben geweest.

-

O, ver gaande gedachten
het is de leegte die mij vult
en verder niets.

-

In de verte valt een wolk
in duizend druppels uit elkaar,
maar hier blijft het droog.

-

In de wind
van gedachteloosheid
zakt kalm mijn drift.

-

O zoete eenzaamheid,
blijf bij me deze nacht.
Het zal mijn hart verwarmen.

-

Vruchten van het leven
moeten tastbaar zijn
0m niet begeerd te worden

-

De morgenregen.
Koude lucht bevocht mijn longen
en in mijn maag verdwijnt de storm.

-

Kaal zand
stoft een weg naar het oosten
waar de zon opkomt of verdwijnt.

-

Staal op staal.
Klinkt het rollen van de trein.
Een lied zonder refrein,
een ritme zonder maat,
het is de afstand waar het hier om gaat.

-

De tijd is je reisgezel.
Eenzaamheid tikt langzaam weg.
Seconden kunnen uren duren
en de dagen tegelijk een fractie van een tel,
tijdens een reis zonder gezel.

-

Onbekend terrein glijdt langs het raam.
Onbekend land, waar ik een vreemdeling ben.
Onbekend, toch zo ben ik altijd al geweest,
bekend terrein.

-

Zwart weer,wit land.
Niet mijn hart,
maar mijn ziel verbrandt.

-

Witte droge nacht
sterrenhemel blauw
mijn hart verlangt naar jou.

-

Val voor de nacht
op je knieen neer
en vergeef jezelf, keer op keer.

-

Morgenzon
ik wou dat ik je aanraken kon,
zoals de nacht mij bedekt.

-

Deze keer
is het een storm
die overwaait
straks
een briesje
dat maar niet liggen gaat.

-

De lucht blijft kalm
als ook de nacht stil is,
alleen de bliksem slaat.

-

Zoals de zon brandt,
zoals het land rood is,
zo is ook mijn gedachte, heet.

-

Wakend in het ochtendrood,
de aarde draait brullend om zijn as,
de zon schiet omhoog,
daar waar het net nog donker was.

-

Onweersnacht,
in mijn drassig kale achterland
Donker, licht, donker, licht.

-

Als ik niet ben in deze weide vol met gras
vraag ik me af wie mij dan was.

-

Lucht in avondrood
zoals de tijd verdraait
lijkt zelfs deze aarde niet bijster groot.

-

Bewegend als een slang
door elk landschap,
spoorloos,
stuurt de man zijn wiel.

-

Boom ik voel me thuis
na zolang onder je hoede
te hebben verkeerd.

-

Open je ogen,
je longen, bevrijdt je geest,
sta op en versla dat ongetemde beest.

-

Vlak water,
daar waar mijn gemoed kalmt
en stadsgeluid verstilt.

-

Ze wijst een vinger naar mij
en ik kijk op om me om te draaien
in duizeligheid.

-

Bemin me
met uw aanblik
en ik zal opgaan
tot zover uw hemel reikt.

-

Ogen dicht
dichtbij mij
ook al zie ik niets
ik kijk naar jou
en jij naar mij.

-
Dauw, vocht
een hert zich door
(het dennebos, naast het maaiveld)
de weg van mijn herinnering.

-

Trekker door het zware land,
het tempo onverstoord,
wat ook mijn eigen gang vertraagt.

-

Vermeng mijn ziel
met de draaiing van de wind,
daar waar de regen valt en de zon zich bevindt.

-

Zolang ik leef
zal ik sterven
iedere dag.

-

Ziel o lichaamsziel
blijf bewegen
en zoeken naar je verborgen schat.

-

Geboren zonder moed
met zoveel vreemden
in dit landvan rijkdom overvloed.

-

Zoek je eindigheid
in een eindeloos gevecht
met je eigen recht.

-

Hoog golvend hart,
zout water bevocht mijn longen,
waardoor de glinstering
het maanlicht vangt.

-

Kokend wolvenbloed,
daar staat het lichaam dan.
In veelvoud de spiegeling
van rusteloosheid.

-

In gebroken morgenlicht
is god geschapen door mensenvlees.
Helder maanlicht schijnt eindeloos
de waarheid in ongesproken taal.

-

Stuwende vooruitgang.
Een kolkende cirkel rond mijn hoofd
maar mijn lichaam is uitgeput, droog.

-

Even, één moment
zittend op een schommelstoel
en een glimlach verwarmt mijn dag.

-

Zonnekind in mij
de lentetuin slaapt vast
wachtend op de juiste samenstelling.

-

Benedenwindbracht een zeeman,
wijdbeens, wankelend op zijn graf,
orkaankracht.

-

Oneindige onwetendheid,
aan alles komt een einde,
geduldig wacht ik af.

-

De hemel zwijgt,
maar de bliksem slaat zijn slag.
Opgezweepte aarde.

-

Ziel in vervoering.
Vluchtig gas, zoals zij kwam,
verdween zij weer, in as.

-

Neem dit wrakke lichaam
stinkend vlees, een karkas.
Slechts nog het uitwerpsel
van wat ooit was.

-

Als water heeft gewassen,
glinsteren stenen van goud,
waarom is de aardezoveel waard zo oud?

-

Kijk me aan!
Raakt dit brandend vlees zijn pit niet afgekoeld?

-

Luister niet naar mijn woorden.
Hoor de klank uit mijn gorgelende keel,
voel de vibratie van stokkende ademhaling.

-

Aardbol schuurt de hemel kaal.
Oorverdovend is het kabaal.
Wrijving maakt licht van duisternis.

-

Strijd tegen vluchtigheid.
Mijn handen trekken palmen uit het gras,
terwijl mijn lichaam daalt in het moeras,
waar ooit weer zaad ontkiemt
en een bloem de hemel reikt.

1 Comments:

Blogger Wouter Crucke, Vartago said...

Mooi
apart
boomvriendelijk

Wouter Crucke
Uw boomverzorger

http://www.vartago.com

2:40 AM  

Post a Comment

<< Home